Version: 1.3.0.36 (2021-02-26 16:09)

Economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s)

Lees meer over de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO) van de EU met partners in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS).

In een notendop

 

Economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) zijn handels- en ontwikkelingsovereenkomsten tussen de EU en de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS). Zij openen de markten van de EU volledig en onmiddellijk, terwijl de ACS-partners gedurende overgangsperiodes slechts gedeeltelijk openstonden voor invoer uit de EU.

 

EPA-overeenkomsten:

  • zijn een proces dat teruggaat tot de ondertekening van de Overeenkomst van Cotonou.
  • „op maat” zijn toegesneden op specifieke regionale omstandigheden.
  • zijn met de WTO verenigbare overeenkomsten, maar gaan verder dan conventionele vrijhandelsovereenkomsten, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van de ACS-landen, rekening houdend met hun sociaal-economische omstandigheden en met inbegrip van samenwerking en bijstand om de ACS-landen te helpen van de overeenkomsten te profiteren.
  • ruimte bieden voor een brede handelssamenwerking op gebieden als sanitaire normen en andere standaarden.
  • gezamenlijke instellingen oprichten die toezicht houden op de uitvoering van de overeenkomsten en handelskwesties op coöperatieve wijze aanpakken.
  • ontworpenzijn als aanjagers van verandering die zullen helpen om hervormingen op gang te brengen en bij te dragen tot goed economisch bestuur. Dit zal de ACS-partners helpen investeringen aan te trekken en hun economische groei te stimuleren.

Begunstigde landen

In totaal voeren 32 ACS-landen reeds EPO’s uit, verspreid over 7 regio’s:

Twee regio’s in Afrika — West-Afrika en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) — moeten hun ondertekeningsprocessen nog afronden, terwijl de EU-lidstaten en 15 van de 16 West-Afrikaanse landen en 2 van de 5 OAG-landen deze regionale EPO’s hebben ondertekend.

Zie een overzicht van de uitvoering van de EPO in verschillende partnerlanden.

Asymmetrische bepalingen ten gunste van ACS-landen

EPO’s voorzien in asymmetrische bepalingen ten gunste van ACS-landen, zoals de uitsluiting van gevoelige producten van liberalisering, lange liberaliseringsperioden, flexibele oorsprongsregels en speciale waarborgen en maatregelen voor landbouw, voedselzekerheid en bescherming van jonge industrieën.

  • Hoewel de markten van de EU onmiddellijk en volledig worden opengesteld, hebben de ACS-landen 15 jaar de tijd om open te staan voor EU-invoer (met bescherming voor gevoelige invoer) en tot 25 jaar in uitzonderlijke gevallen. Bovendien genieten producenten van 20 % van de meest gevoelige producten permanente bescherming tegen concurrentie.

Tarieven

  • De EU kent nulrechten en nulquota toe aan invoer uit ACS-landen. De toegang tot de EU-markt is permanent, volledig en vrij voor alle producten van de EPO
  • De ACS-landen voeren geleidelijk af, over een periode van 15 tot 25 jaar. Gevoelige producten zoals levensmiddelen kunnen volledig van liberalisering worden uitgesloten. Als de invoer van bepaalde EU-goederen in ACS-landen plotseling toeneemt, gelden vrijwaringsmaatregelen zoals invoercontingenten. Sommige EPO’s stellen de ACS-landen in staat om om specifieke ontwikkelingsgerelateerde redenen nieuwe rechten op te leggen.
  • Gebruik de zoekoptie van My Trade Assistant om de exacte informatie te vinden over de rechten en tarieven voor uw specifieke product, rekening houdend met het land van herkomst en bestemming. Neem bij twijfel contact op met uw douaneautoriteiten.

Oorsprongsregels

Flexibele oorsprongsregels stellen de ACS-landen in staat producten met input uit andere landen uit te voeren, met name in belangrijke sectoren (landbouw, visserij, textiel en kleding). Een textielproduct kan bijvoorbeeld rechtenvrij in de EU worden ingevoerd als ten minste één productiestadium — zoals weven of breien — in een EPO-land heeft plaatsgevonden.

Zorg ervoor dat u vóór de uitvoer/invoer:

Tolerantie

De in de EPO’s opgenomen toleranties zijn milder dan de gebruikelijke. Zij bedragen 15 % van de prijs af fabriek van het eindproduct, in plaats van 10 % in de meeste overeenkomsten van de EU. Voor textiel en kleding gelden specifieke toleranties.

Cumulatie

De algemene bepalingen van de EPO’s omvatten de volgende soorten cumulatie:

  • Bilaterale cumulatie met de EU
  • Diagonale cumulatie en volledige cumulatie met LGO’s en ACS-landen. Er kunnen verschillen zijn in de bepalingen die in de verschillende EPO’s van toepassing zijn. Controleer de relevante bepalingen voor elke EPO. In de meeste van de uitgevoerde EPO’s is cumulatie met alle ACS-landen (zoals gedefinieerd in elke EPO) alleen van toepassing indien:
    • de landen die betrokken zijn bij het verkrijgen van de oorsprongsstatus hebben overeenkomsten inzake administratieve samenwerking gesloten;
    • de inputs en eindproducten hebben de oorsprong verkregen door toepassing van dezelfde oorsprongsregels als die welke in de EPO zijn opgenomen.
  • Cumulatie met naburige ontwikkelingslanden. Materialen van oorsprong uit een naburig ontwikkelingsland (dat tot een coherente geografische entiteit behoort) dat geen ACS-staat is, kunnen als materialen van oorsprong uit de EPO-staten worden beschouwd wanneer zij in een aldaar verkregen product zijn verwerkt. Noot:
    • De lijst van wat als een buurland wordt beschouwd, is aan elk protocol gehecht.
    • Om dit soort cumulatie te kunnen toepassen, moeten de EPO-landen daarom verzoeken.
    • In dit geval worden in elke EPO de oorsprongsregels vastgesteld die van toepassing zijn op de inputs uit de buurlanden.

Voor de SADC-EPO die sinds 16/9/2016 voorlopig wordt toegepast, zijn er twee andere soorten cumulatie die in de plaats komen van de bepalingen inzake cumulatie met naburige ontwikkelingslanden. Ze zijn:

  • Cumulatie met betrekking tot materialen die in de Europese Unie aan de meestbegunstigingsbehandeling (MFN) zijn onderworpen
  • Cumulatie met betrekking tot materialen van oorsprong uit andere landen die in aanmerking komen voor preferentiële rechten- en contingentvrije toegang tot de Europese Unie

In de praktijk biedt het bovenstaande de SADC-EPO-landen de mogelijkheid de oorsprong te cumuleren voor alle materialen die tegen nulrecht in de EU kunnen worden ingevoerd (dit gebeurt via een preferentiële regeling met de EU — met inbegrip van het SAP — of op MBN-basis). Zo wordt voor de EPO-ondertekenende landen een „wereldwijde cumulatie” voor materialen met nulrecht vastgesteld, ongeacht de oorsprong ervan.

Rechtstreeks vervoer

Het bewijs van rechtstreeks vervoer moet worden voorgelegd aan de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Rechtstreeks vervoer tussen een Oost- en Zuid-Afrikaanse staat (ESA) en de EU (of over het grondgebied van de andere in de artikelen over cumulatie genoemde landen) is van toepassing. Producten van oorsprong mogen per pijpleiding over een ander grondgebied dan dat van een OZA-staat of de EU worden vervoerd.

Rechtstreeks vervoer tussen een Stille-Oceaanstaat en de EU (of over het grondgebied van de andere in de artikelen over cumulatie genoemde landen) is van toepassing. Hetzelfde geldt voor het goederenvervoer tussen Cariforum-staten en de EU.

Voor de SADC-EPO worden de strengere voorwaarden van de bepaling inzake „direct vervoer” vervangen door een nieuw systeem met de naam „niet-wijziging”. De regel dat zendingen niet mogen worden gewijzigd, kan worden overgeladen, opgeslagen en gesplitst op het grondgebied van derde landen.

Teruggave van douanerechten

Dit betekent dat terugbetaling kan worden gevraagd van rechten die zijn betaald voor materialen die eerder voor verdere verwerking zijn ingevoerd en vervolgens zijn uitgevoerd naar een land dat een economische partnerschapsovereenkomst met de EU heeft gesloten.

Vaartuigcondities

Vis die in volle zee en in de exclusieve economische zones van EPO-landen wordt gevangen, kan alleen als van oorsprong uit een EPO-land worden beschouwd wanneer hij wordt gevangen door vaartuigen die aan bepaalde criteria voldoen. Deze criteria hebben betrekking op de plaats van registratie van een schip, de vlag waaronder zij „varen” en hun eigendom.

Er zij op gewezen dat er op grond van de EPO-oorsprongsregels geen specifieke eis bestaat ten aanzien van de nationaliteit van de bemanning, kapiteins of officieren. Deze vereisten, die in de oorspronkelijke Overeenkomst van Cotonou waren opgenomen, zijn nu geschrapt om de toekenning van oorsprong aan door EPO-landen gevangen vis te vergemakkelijken.

Door de bepalingen inzake cumulatie kunnen verschillende EPO-staten aan deze voorwaarden voldoen.

Productspecifieke oorsprongsregels

Productspecifieke regels zijn opgenomen in bijlage II bij elk protocol. Niettemin zijn voor sommige EPO’s enkele meer versoepelde regels opgenomen in bijlage 2A.

Afwijkingen

Op grond van deze bepalingen zijn in het kader van verschillende EPO’s afwijkingen van de specifieke regel voor een product toegestaan. Zo werd in het kader van de EPO Cariforum een afwijking toegestaan aan de Dominicaanse Republiek (zie de Cariforum-EPO voor kleding), aan de EPO’s in het kader van het ESA respectievelijk het Stille Oceaangebied één voor tonijnconserven (zie de ESA-EPO voor tonijnconserven) en ten slotte zijn aan de SADC-EPO-landen afwijkingen toegestaan in verschillende gebieden, waaronder tonijn en zeekreeft. (zie voor Namibië een specifieke regel voor witte tonijn en voor Mozambique als specifieke regel voor garnalen, garnalen en kreeft).

Bewijs van oorsprong

  • Om toegelaten exporteur te worden, moet u ten genoegen van uw douaneautoriteiten de oorsprong van uw producten en alle andere eisen die deze autoriteiten stellen, kunnen aantonen.

De douaneautoriteiten kunnen uw status van toegelaten exporteur intrekken in geval van misbruik. Voor meer informatie over de procedures kunt u contact opnemen met uw douaneautoriteiten.

  • Om voor preferentiële rechten in aanmerking te komen, moeten producten van oorsprong uit EPO-landen vergezeld gaan van een bewijs van oorsprong. Het bewijs van oorsprong blijft 10 maanden geldig. Dit kan zijn:
    • een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 — afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. De exporteur (of gemachtigde vertegenwoordiger) die een certificaat aanvraagt, moet bereid zijn op verzoek documenten over te leggen waaruit de oorsprong van de betrokken producten blijkt en aan de andere voorwaarden van het protocol inzake de oorsprongsregels te voldoen.
    • een factuurverklaring — afgegeven door een exporteur voor zendingen met een waarde van 6 000 EUR of minder, of door toegelaten exporteurs, voor zendingen van om het even welke waarde
  • Bij het invullen van een factuurverklaring moet u bereid zijn documenten over te leggen waaruit de oorsprong van uw producten blijkt en aan de andere voorwaarden van het Protocol betreffende de oorsprongsregels te voldoen.

 

De passende modellen voor het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en de factuurverklaring zijn te vinden in elke EPO-overeenkomst, als bijlagen bij het protocol betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking.

Productvoorschriften

Technische voorschriften en voorschriften

  • Kom meer te weten over de technische vereisten, regels en procedures waaraan goederen moeten voldoen om in de Europese Unie te worden ingevoerd.
  • Zoek de specifieke regels en voorschriften die van toepassing zijn op uw product en het land van oorsprong in deTrade Assistant database. Om de voorschriften voor uw product te vinden, moet u eerst de douanecode vaststellen. Als u de douanecode niet kent, kunt u deze met de naam van uw product zoeken in de ingebouwde zoekmachine.

Veiligheids- en gezondheidseisen SPS

Douanedocumenten en -procedures

Procedures voor het bewijzen en verifiëren van de oorsprong

Voor een beschrijving van de wijze waarop de oorsprong van uw producten moet worden aangetoond om aanspraak te maken op een preferentieel tarief en van de regels inzake de controle van de oorsprong door de douaneautoriteiten, zie het deel over de oorsprongsregels hierboven.

Andere documenten

Lees meer over andere douanedocumenten en -procedures die nodig zijn voor invoer in de Europese Unie.

Intellectuele eigendom en geografische aanduidingen

Handel in diensten

Overheidsopdrachten

Investeringen

Andere (concurrentie, speelgoedrichtlijn)

Mededinging

  • Sinds 2014 heeft de EU een einde gemaakt aan de exportsubsidies voor alle producten die naar EPO-landen worden uitgevoerd.
  • De EU heeft maatregelen met productie- en handelsverstorende maatregelen tot een minimum beperkt
  • Als de lokale industrie bedreigd wordt door de toename van de invoer uit Europa, maken EPO’s het mogelijk maatregelen te nemen om industriële sectoren en opkomende industrieën te beschermen.

Duurzame ontwikkeling

De EPO’s zijn uitdrukkelijk gebaseerd op de „essentiële en fundamentele” elementen van deOvereenkomst van Cotonou, namelijk mensenrechten, democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur. De EPO’s bevatten dus enkele van de sterkste formuleringen op het gebied van rechten en duurzame ontwikkeling die in EU-overeenkomsten beschikbaar zijn.

  • De „niet-uitvoeringsclausule” houdt in dat „passende maatregelen” (zoals bepaald in de Overeenkomst van Cotonou) kunnen worden genomen indien een partij haar verplichtingen met betrekking tot de essentiële elementen niet nakomt. Dit kan de opschorting van handelsvoordelen omvatten.
  • De gezamenlijke EPO-instellingen zijn belast met het toezicht op en de beoordeling van het effect van de tenuitvoerlegging van de EPO’s op de duurzame ontwikkeling van de partijen. Overeenkomstig de Overeenkomst van Cotonou is er een duidelijke rol weggelegd voor het maatschappelijk middenveld en parlementsleden.

Regionale integratie

EPO’s zijn erop gericht bij te dragen tot regionale economische integratie. Regionale preferentieclausules in EPO’s bepalen dat landen in dezelfde regio elkaar ten minste dezelfde voordelen bieden als de EU.

De EPO’s hebben dus evenzeer betrekking op de handel tussen de landen in een EPO als op handel met de EU.

  • De EU verleent ontwikkelingsbijstand en maatregelen voor handelscapaciteit om de boeren in de ACS-landen te helpen aan sanitaire, fytosanitaire en andere landbouwnormen te voldoen.

Capaciteitsopbouw en technische bijstand

Samen met elke EPO verleent de EU technische hulp voor handel. Dit helpt landen hun douaneprocedures aan te passen en papierwerk te verminderen. Voor u betekent dit minder haspelheid bij het omgaan met de douane.

Nuttige links en documenten

Zie het boekje „ Putting Partnership into Practice”. Economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) tussen de EU en de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)

Share this page:

Snelle links